+

Eerste Dag

 

Om een nieuwe cultuur van het menselijk leven[1]

We bidden om het einde van ‘alles wat een aanslag betekent op het leven zelf, zoals iedere soort van doodslag, volkenmoord, abortus, euthanasie en ook vrijwillige zelfmoord’[2]

 

Iedere mens wordt, op grond van het geheim van het Woord van God dat is mens geworden, toevertrouwd aan de moederlijke zorg van de Kerk. Daarom moet elke bedreiging van de waardigheid en van het leven van de mens wel een reactie oproepen in het hart van de Kerk, moet die haar wel raken in de kern van haar eigen geloof in de verlossende Menswording van de Zoon van God, moet zij die wel betrekken in haar zending om het Evangelie van het leven te verkondigen in de hele wereld en aan ieder schepsel.

Vandaag wordt die verkondiging bijzonder dringend in het licht van de schokkende toename en verscherping van de bedreigingen van het leven van mensen en volken, vooral wanneer dat zwak en weerloos is. Bij de oude, smartelijke plagen van ellende, honger, inheemse ziekten, geweld en oorlogen voegen zich andere, van onbekende aard en van verontrustende omvang.

Helaas, dat verontrustende panorama, verre van beperkt te worden, is zich veeleer aan het uitbreiden: met de nieuwe duidelijke vooruitzichten van wetenschappelijke en technologische vooruitgang ontstaan nieuwe vormen van aanslagen op de waardigheid van het menselijk wezen, terwijl een nieuwe culturele situatie zich aftekent en tot stand komt, die aan de misdrijven tegen het leven een ongehoord en zo mogelijk nog schandelijker aanzien geeft en nieuwe ernstige zorgen wekt: brede lagen van de publieke opinie rechtvaardigen sommige misdrijven tegen het leven in naam van de rechten van de individuele vrijheid en maken, op grond van een dergelijke vooronderstelling, niet alleen aanspraak op strafuitsluiting daarvoor, maar zelfs op goedkeuring van de overheid om die misdrijven in absolute vrijheid te begaan en zelfs nog met gratis hulp van de openbare gezondheidszorg.[3]

GEBED

O Maria,

dageraad van de nieuwe wereld,

Moeder van de levenden,

U vertrouwen wij de zaak van het leven toe:

o Moeder, zie neer op het grote aantal

kinderen die niet geboren mogen worden,

armen die het moeilijk hebben om te leven,

mannen en vrouwen die slachtoffer zijn van bruut geweld,

ouderen en zieken die gedood worden uit onverschilligheid

of uit zogenaamd medelijden.

Geef dat allen die geloven in uw Zoon

het Evangelie van het leven

verkondigen met oprechtheid en liefde

aan de mensen van onze tijd.

Verkrijg voor hen de genade dat Evangelie te aanvaarden

als een steeds nieuw geschenk,

de vreugde om het te vieren,

dankbaar, hun leven lang,

en de moed om er resoluut van te getuigen,

om samen met alle mensen van goede wil

de beschaving van de waarheid en de liefde op te bouwen,

tot lof en eer van God, de Schepper en Vriend van het leven.[4]

 

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Tweede Dag

 

Voor respect voor de waardigheid van het menselijk lichaam

 als tempel van God

We bidden voor de erkenning van de waardigheid van het menselijk embryo in elk stadium van zijn ontwikkeling en het opgeven van technieken en programma’s die leiden tot de vernietiging of manipulatie ervan alsook voor het einde van het klonen van mensen. We bidden ook voor de uitroeiing van prostitutie, seksuele uitbuiting van kinderen of elke andere vorm van menselijke vernedering, evenals draagmoederschap of de productie van kunstmatige baarmoeders. En tot slot, dat de genderideologie niet zal worden opgelegd in onze samenlevingen.

“De scheiding van geest en lichaam in de mens heeft geleid tot een groeiende tendens het menselijke lichaam niet te beschouwen vanuit de specifieke gelijkenis met God. Liever beziet men het op basis van zijn overeenkomst met alle andere lichamen die in de natuur aanwezig zijn, lichamen die de mens gebruikt als grondstof in zijn pogingen consumptiegoederen te produceren. Maar iedereen kan onmiddellijk beseffen welk een enorme gevaren er dreigen als zulke criteria worden toegepast op de mens. (…) Deze Neo-Manichaeaanse cultuur heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de menselijke seksualiteit meer beschouwd wordt als een terrein voor manipulatie en exploitatie, dan als de grondslag voor die allereerste verwondering die Adam op de ochtend van de schepping tegenover Eva deed uitroepen: “Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” (Gen. 2, 23)[5].

De apostel Paulus verklaart ‘hoerenlopers, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars en oplichters’ uitgesloten van het Godsrijk . Deze vervloeking – die door het Concilie van Trente bevestigd werd   – somt als ‘doodzonden’ of ‘infame praktijken’ enkele specifieke gedragswijzen op, welker opzettelijke aanname de gelovigen belet om te delen in het eeuwige erfgoed. Inderdaad zijn lichaam en ziel onscheidbaar: in de menselijke persoon, in de opzettelijk handelende en zijn vrij overwogen doen houden zij zich samen staande of gaan samen ten onder.

In werkelijkheid kan men alleen met betrekking tot de menselijke persoon in haar ‘verenigde totaliteit’, dat wil zeggen ‘als ziel die zich uitdrukt in het lichaam en als lichaam dat van een onsterfelijke geest doorleefd wordt’, de specifiek menselijke betekenis van het lichaam begrijpen. De natuurlijke neigingen winnen immers alleen aan zedelijke betekenis, voorzover ze betrekking hebben op de menselijke persoon en haar authentieke verwerkelijking, die van de andere kant altijd en uitsluitend binnen het kader van de menselijke natuur tot stand kan komen. Wanneer de Kerk manipulaties van de lichamelijkheid, die haar menselijke betekenis vervalsen, afwijst, dan dient zij de mens en wijst hem de weg van de ware liefde, de enige waarop hij de ware God kan vinden.[6]

 GEBED[7]

Heer Jezus, geef ons een nederig en eenvoudig hart,

zodat we met hernieuwd ontzag

het mysterie van de Menswording kunnen beschouwen,

door wie U, Zoon van de Allerhoogste,

in de schoot van de Maagd, heiligdom van de Geest,

onze Broeder werd.

Begin en vervolmaking van de nieuwe mens,

bekeer onze harten tot U, zodat we, de paden van dwaling verlatend,

in uw voetsporen kunnen treden op de weg die naar het leven leidt…

U die ons als leefregel het nieuwe gebod van de liefde hebt gegeven,

laat ons groeien in onze toewijding aan het leven

en moge de cultuur van de dood verslagen worden.

Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid,

Licht dat ieder mens verlicht, geef aan hen die U zoeken met een oprecht hart

de overvloed van uw leven.

Aan U, Verlosser van de mens, begin en einde van de tijd en van de kosmos,

aan de Vader, de onuitputtelijke bron van al het goede,

en aan de Heilige Geest, zegel van oneindige liefde,

alle eer en alle glorie voor eeuwig en altijd. Amen.

 

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Derde Dag

 

Voor de bevordering van het algemeen welzijn

We bidden om respect voor het algemeen welzijn dat sociaal welzijn vereist, het noodzakelijke voor een waarachtig menselijk leven: voedsel, kleding, gezondheid, werk, onderwijs en cultuur, correcte informatie, het recht om een gezin te stichten.[8]

“De oproep van Christus om zich open te stellen ‘voor de ander’, voor de ‘broeder’, precies voor zijn broeder, heeft een reikwijdte die steeds concreet en universeel is. De oproep heeft betrekking op iedereen omdat hij iedereen aangaat. De maat van deze openheid is niet alleen – en niet zozeer – de nabijheid van de ander, maar juist zijn noden: ik had honger, ik had dorst, ik was naakt, ik zat in de gevangenis, ik was ziek. Laten we gehoor geven aan deze oproep door te proberen de universele menselijke solidariteit te bewaken en te bewaren door te kijken naar Christus die eens en voor altijd zulke dimensies van solidariteit met de mensheid heeft gevormd: “De liefde van Christus laat ons geen rust” (2Kor 5,14). En Hij heeft het ons eens en voor altijd als opdracht gegeven. Hij heeft de opdracht aan iedereen gegeven. Aan eenieder. “Niemand is zwak of ik ben het ook. Niemand komt ten val of het grijpt me in de ziel.” Dit zijn de woorden van de Heilige Paulus (2 Kor 11, 29).

Als we leven in omstandigheden van welvaart of welzijn, moeten we ons des te meer bewust zijn van de hele “geografie van de honger” op aarde; we moeten onze aandacht des te meer richten op menselijke ellende als een massaverschijnsel: deze solidariteit is de kracht van een authentieke vernieuwing. Het is de onmisbare weg voor de zelfverwerkelijking van de Kerk in de hedendaagse wereld. Het is het bewijs van onze trouw aan Christus die zei: “U hebt altijd de armen bij u” (Joh 12,8), en meer nog: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Onze bekering tot God is alleen mogelijk langs de weg van deze solidariteit”[9]

Overtuigd van de ernst van het huidige moment en van de respectievelijke individuele verantwoordelijkheid, laten we – in onze persoonlijke en familiale levensstijl, in het gebruik van onze goederen, in onze deelname als burgers, in onze medewerking aan economische en politieke beslissingen en in onze acties op nationaal en internationaal niveau – maatregelen in praktijk brengen die geïnspireerd zijn door solidariteit en bevoorrechte liefde voor de armen. Dat vraagt het ogenblik en vooral de waardigheid van de menselijke persoon, onverwoestbaar beeld van God de Schepper, dat in ieder van ons gelijk is.”[10]

 

GEBED

Allerheiligste Maagd Maria, onze Moeder en Koningin, die tot uw Zoon zei: “Zij hebben geen wijn” (Joh 2,3) en die God de Vader prijst, want “De machtigen ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.” (Lc 1, 52-53), zoals de christelijke vroomheid altijd heeft gedaan, leggen wij u de moeilijke persoonlijke situaties voor, opdat u ze aan uw Zoon voorlegt en van Hem verkrijgt dat ze verlicht en veranderd worden. Maar wij leggen u ook de maatschappelijke situaties en de internationale crisis voor met hun zorgwekkende aspecten van nood, werkloosheid, voedselgebrek, verachting van de mensenrechten, wapenwedloop, situaties of gevaren van gedeeltelijke en totale conflicten. Dat alles willen wij op kinderlijke wijze voor uw “barmhartige ogen” leggen, terwijl wij nogmaals met geloof en hoop de oude antifoon herhalen: “Heilige Moeder van God, versmaad onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.”[11].

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Vierde Dag

 

Om respect voor de waardigheid van de menselijke arbeid

We bidden dat de menselijke arbeid, vrij van de dreigingen van economisme en materialisme, niet beschouwd wordt als “koopwaar” maar als aardse vooruitgang, en meer nog als een ontwikkeling van het Koninkrijk van God, in een houding van luisteren naar de Schepper. En voor het bevorderen van respect voor de arbeider, zodat er een einde komt aan mensonterende arbeidsomstandigheden die de arbeider reduceren tot een instrument van winstbejag, zonder respect voor de vrijheid en verantwoordelijkheid van de menselijke persoon.[12]

De menselijke arbeid heeft een eigen ethische waarde, die onmiddellijk en rechtstreeks verbonden is met het feit dat degene die deze arbeid verricht een persoon is, een bewust en vrij subject, d.w.z. een subject dat over zichzelf beslist.

Deze waarheid, die in zekere zin de fundamentele en blijvende kern van de christelijke leer over de menselijke arbeid vormt, was en is van primaire betekenis voor de formulering van de belangrijke sociale problemen, die alle tijdperken van de menselijke geschiedenis omvatten.[13]

Arbeid is een goed voor de mens – en wel een goed van zijn menszijn -, omdat de mens door de arbeid niet alleen de natuur omvormt door ze aan zijn behoeften aan te passen, maar ook zichzelf als mens vervolmaakt, zelfs in zekere zin “meer mens wordt”.[14]

De analyse van menselijke arbeid, uitgevoerd in de context van het goddelijke verlossingswerk, dringt door tot de kern van het sociaal-ethische probleem en leidt tot een arbeidsethiek die met recht als nieuw kan worden omschreven (…). Problemen als ongelijk, onmenselijk, onbeschermd of veracht werk vragen om een hernieuwde verantwoordelijkheid van christenen. De arbeidsethiek houdt zich vooral bezig met de subjectieve dimensie van het werk, d.w.z. de mens als persoon, als het subject van de arbeid.  De eerste basis van het werk is in feite de mens zelf, en hoewel de mens geroepen en bestemd is om te werken, is de arbeid voor de mens en niet de mens voor de arbeid.[15]

GEBED

“Zegen, Heer, het werk van onze handen. Zegen, o Heer van de eeuwen en millennia, het dagelijkse werk waarmee mannen en vrouwen brood voor zichzelf en hun geliefden verwerven. In uw vaderlijke handen leggen wij ook de vermoeidheid en de offers die verbonden zijn met het werk, in verbondenheid met uw Zoon Jezus Christus, die de menselijke arbeid heeft gered van het juk van de zonde en haar in haar oorspronkelijke waardigheid heeft hersteld. Eer en glorie aan U, vandaag en voor altijd. Amen.[16]

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Vijfde Dag

 Voor het respect van de menselijke persoon in zijn integriteit en voor een steeds grotere erkenning van de essentiële gelijkheid van mensen.

We vragen om een einde aan alles wat “het wezenlijk menselijke, alles namelijk wat ten diepste samenhangt met de waardigheid van de persoon en zijn recht op waardigheid en vrijheid.” vernietigt[17]. Alles wat de integriteit van de menselijke persoon schendt, zoals verminkingen, lichamelijke en geestelijke marteling, willekeurige opsluiting, deportaties, slavernij, vrouwenhandel en handel in jongeren. En om de bevordering van de erkenning van de waardigheid en het respect van alle mensen, zonder enige vorm van discriminatie, met inbegrip van degenen die voor of na de geboorte gediagnosticeerd zijn met een handicap.

 

Iedere vorm van discriminatie betreffende de fundamentele rechten van de persoon, hetzij sociaal of cultureel, op grond van geslacht, ras, kleur, stand, taal of godsdienst moet worden overwonnen en uitgebannen, als in strijd met Gods plan.

Het is inderdaad te betreuren dat deze fundamentele rechten van de persoon nog niet overal worden geëerbiedigd. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval, wanneer men aan de vrouw het recht ontzegt, vrij haar echtgenoot te kiezen en haar levensstaat te bepalen of eenzelfde opvoeding en ontwikkeling te ontvangen als de man.

Bovendien eist de gelijke waardigheid van de personen, ondanks rechtmatige verschillen tussen de mensen, de verwezenlijking van rechtvaardige en meer menselijke levensomstandigheden. Want de buitensporige economische en sociale ongelijkheid tussen de leden of de volken van de ene mensenfamilie is een ergernis; ze is in strijd met de sociale rechtvaardigheid, de billijkheid, de waardigheid van de menselijke persoon en ze is een beletsel voor de sociale en internationale vrede.

De particuliere of publieke menselijke instellingen moeten zich dienstbaar trachten te maken aan de waardigheid en het doel van de mens. Tevens moeten ze iedere vorm van sociale en politieke slavernij energiek bestrijden en opkomen voor de fundamentele rechten van de mensen.[18]

Bevrijding van slavernij is de schenking van een identiteit, de erkenning van een onvernietigbare waardigheid en het begin van een nieuwe geschiedenis, waarin de ontdekking van God en de ontdekking van zichzelf hand in hand gaan.[19]

GEBED

“Moeder, die weet wat het betekent om het lichaam van een dood kind in haar armen te dragen, van Degene aan wie u het leven heeft gegeven, bespaar aan alle moeders van deze aarde de dood van hun kinderen, kwellingen, slavernij, verwoesting door de oorlog, vervolgingen, concentratiekampen en gevangenissen. Bewaar in hen de vreugde om een mens geboren te laten worden, om het leven in hem te ontwikkelen. In de naam van dat leven, in de naam van de geboorte van de Heer, smeek met ons om vrede en gerechtigheid in de wereld. Moeder van de vrede, in alle schoonheid en majesteit van uw moederschap, geëerd door de Kerk en bewonderd door de wereld, wees met ons op ieder ogenblik. Amen!”[20]

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Zesde Dag

Voor hen die in de slavernij van de zonde zijn gevallen

 

Voor allen die hun waardigheid hebben verloren en die vervallen zijn in een vorm van verslaving aan zonde: zoals verslaving aan alcohol, drugs, gokken, seks of pornografie.

 

De zoon die van de vader het hem toekomende erfdeel ontvangt en van huis weggaat om het in een ver land “in een losbandig leven” te verkwisten, is in zekere zin de mens van iedere eeuw. «Nadat hij alles opgemaakt had … begon (de zoon) gebrek te lijden». In deze situatie “had hij graag zijn buik willen vullen” met al het mogelijke, zelfs “met de schillen die de varkens aten”, die door hem gehoed werden. Maar zelfs dit werd hem geweigerd. De analogie richt zich duidelijk op het innerlijke van de mens. Want het erfdeel dat hij van de vader ontvangen had, was weliswaar een aantal materiële goederen; maar van veel groter gewicht dan die goederen bleef zijn waardigheid als zoon in het huis van zijn vader. Daarom had de situatie waarin hij zich bevond nadat hij zijn vermogen had verteerd, hem bewust moeten maken van de op deze manier verloren gegane waardigheid. Niettemin schuilt onder dit kleed de ellendige situatie van de ten val gebrachte waardigheid en tevens het bewustzijn van een verspild leven als zoon.[21]

Met de schets van de eeuw waartoe wij behoren voor ogen, deelt de Kerk de bezorgdheid van zoveel mensen van onze tijd. Bovendien moet zij zich ook nog bezorgd voelen om het verval van veel fundamentele waarden die de onbetwistbare schat vormen niet alleen van de christelijke moraal, maar eenvoudigweg van de menselijke ethiek en morele cultuur; hiertoe behoren zeker het respect voor het menselijk leven reeds vanaf het moment van de conceptie, het respect voor het huwelijk betreffende zijn onverbrekelijke band, het respect voor de stabiliteit van de gezinnen. Zedelijke losbandigheid tast in de eerste plaats deze meer kwetsbare plekken van menselijk leven en maatschappij aan. Maar hand in hand hiermee gaan de crisis van de waarheid in de menselijke relaties, een geringere zorg om de waarheid te spreken, het pure nutstreven in de betrekkingen met andere mensen, een verminderd besef van het echte algemene welzijn en het grotere gemak waarmee men zich hieraan onttrekt. Uiteindelijk verliest alles zijn heilig karakter en vaak wordt het onmenselijk: want de mens en de maatschappij voor wie tegen alle uiterlijke schijn in niets meer “heilig” is, gaan moreel te gronde. Dit zicht op onze tijd, dat wel de grootste bezorgdheid moet wekken, roept ons de woorden voor de geest die, vanwege de menswording van de Zoon van God, weerklonken in het loflied van Maria, het Magnificat, en die de barmhartigheid bezingen “van geslacht tot geslacht.” Door deze welsprekende, uit de hemel gegeven woorden in het hart te bewaren en door ze op de ervaringen en pijnen van de onmetelijke menselijke familie toe te passen, moet de Kerk van onze tijd zich op diepere en subtielere wijze bewust worden van de noodzaak om in haar hele zending te getuigen van de barmhartigheid van God[22] .

 

GEBED

O Maria,

Moeder van barmhartigheid,

     waak over allen, opdat het kruis van Christus

niet zijn kracht wordt afgenomen,

opdat de mens

niet van de weg van het goede afkomt,

niet het besef van de zonde verliest,

opdat hij groeit in de hoop op God,

“die vol barmhartigheid is” (Ef. 2, 4)

opdat hij uit vrije wil

de goede werken doet,

die door Hem van te voren

bereid werden,

en opdat hij zo met zijn hele leven

“tot lof van zijn heerlijkheid bestemd” (Ef. 1, 12) is.[23]

 

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Zevende Dag

 

Voor de eerbiediging van de authentieke vrijheid van de persoon

We bidden om respect voor de meest heilige mensenrechten: gewetensvrijheid, godsdienstvrijheid, vrijheid van denken, meningsuiting en onderwijs op alle gebieden, en voor een einde aan het oneigenlijke gebruik                                  van “haatmisdrijven” of het verbod op “discriminatie” als instrument               voor terreur en ideologische standaardisering.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft, sprekend over de roeping van de mens en speciaal over de waardigheid van de menselijke persoon, de katholieke leer over het geweten in herinnering gebracht. Juist het geweten is op specifieke wijze bepalend voor die waardigheid. Het is immers “de meest verborgen kern en het heiligdom van de mens, waarin hij alleen is met God wiens stem binnen in hem weerklinkt”. Zij zegt duidelijk “in de oren van zijn hart: doe dit, vermijd dat”. Dit vermogen om het goede te bevelen en het kwade te verbieden dat de Schepper in de mens heeft gelegd, is de voornaamste eigenschap van de persoon. [24]

Maar de mens kan slechts in vrijheid tot het goede keren, een vrijheid, die door de mensen van onze tijd zo wordt aangeslagen en vurig wordt nagestreefd: en terecht. Maar dikwijs cultiveren zij die vrijheid op een verkeerde wijze, alsof het vrij stond, alles te doen wat hun maar bevalt, het kwade niet uitgezonderd. De ware vrijheid echter is een verheven teken van Gods beeld in de mens. De mens is het dus aan zijn waardigheid verschuldigd, te handelen volgens een bewuste en vrije keuze, nl. bewogen en geleid door een innerlijke persoonlijke overtuiging, en niet onder de invloed van een blinde innerlijke impuls of van louter uiterlijke dwang.[25]

De menselijke persoon is het fundament en het doel van de sociale orde; hij is het onderwerp van onvervreemdbare rechten die hij niet van buiten af krijgt, maar die voortvloeien uit zijn eigen natuur. Niets of niemand kan ze vernielen en geen dwang van buiten kan ze vernietigen want ze zijn geworteld in wat het diepst menselijk is. Op dezelfde wijze is de persoon niet te herleiden tot zijn sociale, culturele of historische gegevenheden, want het meest eigene van de mens, die een geestelijke ziel heeft, is streven naar een doel, dat de wisselende omstandigheden van zijn bestaan overstijgt. Geen enkele menselijke macht mag zich verzetten tegen de ontplooiing van de persoonlijkheid van de mens.

Uit dit eerste en fundamentele principe van de sociale orde, namelijk, dat de maatschappij bestaat voor de persoon, volgt dat iedere maatschappij zo georganiseerd moet zijn dat elke mens zijn roeping in volle vrijheid moet kunnen realiseren en meer zelfs, hem hierbij moet helpen.

Vrijheid is het edelste voorrecht van de mens. Te beginnen met de meest intieme keuzen moet ieder mens zich kunnen uitdrukken in een helder bewuste keuze ingegeven door zijn eigen geweten. Zonder vrijheid zijn de menselijke daden leeg en waardeloos. [26]

GEBED

Heer Jezus, de mensheid die U hebt gered

heeft vele ploegscharen in zwaarden veranderd

en de dreigementen en angstkreten

lijken de levensliederen tot zwijgen te brengen.

U beloofde bij ons te blijven elke dag,

hoor onze schreeuw vandaag

en wees U voor onze generatie

de Leraar en Herder die naar vrede leidt.

Hoe absurder het project van de nieuwe toren van Babel

die de ideologieën voorstellen

en hoe schrijnender de prognoses

van degenen die op zand hebben gebouwd,

hoe vastberadener we ons tot U wenden.

Kom weer naar boven, Heer, naar de berg,

we gaan met U mee om U te horen verkondigen

voor onze generatie het geheim van het ware geluk.

Vertel ons met uw wijze en veerkrachtige stem de belofte en het programma:

“Zalig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden”.

Schenk ons de vrijheid van uw genade

om rechtvaardigheid en verantwoordelijke liefde te leven.

Leer ons hoe we vorm kunnen geven aan een nieuwe cultuur

waar deelname mogelijk is

voor ieder mens, groep, volk en ras.

Mogen we nooit gefascineerd zijn door de wereld

met die schijnbare, opportunistische en kortstondige vrede

die U hebt afgewezen.

Heer Jezus Christus, geef ons uw vrede,

die vloeit uit uw doorboorde hart,

vrede in waarheid, gerechtigheid en liefde. Amen.[27]

 

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

 

 +

Achtste Dag

 

Opdat alle mensen het beeld van God in de mens kunnen ontdekken.[28]

We bidden dat de mensen dankbaarheid en vreugde mogen ervaren voor de waardigheid van de menselijke natuur, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God en verheven in het mysterie van het Mensgeworden Woord.

“In werkelijkheid vindt het mysterie van de mens alleen klaarheid in het licht van het mysterie van het mensgeworden Woord. Want Adam, de eerste mens, was een voorafbeelding van de mens, die komen moest, Christus, de Heer. Christus de nieuwe Adam, doet, juist door het geheim van de Vader en zijn liefde te openbaren, de mens volledig zien, wie de mens is, en onthult hem zijn hoogverheven roeping. Het is dus niet te verwonderen, dat de boven genoemde waarheden in Hem haar oorsprong en haar hoogste verwezenlijking vinden.

Hij, “het Beeld van de onzichtbare God” (Kol. 1, 15), is de volmaakte mens; Hij heeft aan de kinderen van Adam de gelijkenis met God teruggegeven, die reeds bij het begin door de eerste zonde was misvormd. Juist omdat Hij de menselijke natuur heeft aangenomen, zonder dat deze vernietigd werd, heeft Hij haar ook in ons tot een sublieme waardigheid verheven. Want door zijn menswording heeft Hij, de Zoon Gods zich in zekere zin verenigd met iedere mens. Met menselijke handen heeft Hij gewerkt, met een menselijke geest heeft Hij gedacht, met een menselijke wil heeft Hij gehandeld, met een menselijk hart heeft Hij liefgehad. Door zijn geboorte uit de Maagd Maria is Hij werkelijk een van de onzen geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde.”[29]

“Verlicht door dit Evangelie van het leven, voelen wij de behoefte om het te verkondigen en om er getuigenis van af te leggen in al zijn wonderlijke nieuwheid die het kenmerkt: aangezien het één is met Jezus zelf, die alles nieuw maakt en het “oude” dat van de zonde komt en tot de dood leidt, verslaat, overstijgt dit Evangelie elke menselijke verwachting en openbaart het de verheven hoogte waartoe de waardigheid van de menselijke persoon verheven wordt door de genade. De heilige Gregorius van Nyssa verstaat dit aldus:

De mens is als wezen van geen belang; hij is stof, gras, ijdelheid. Maar zo gauw hij door de God van het heelal is aangenomen als kind, wordt hij deel van de familie van dat Wezen, waarvan de uitnemendheid en de grootheid niemand kan zien, horen of begrijpen. Welke woorden, gedachten of geestesvlucht kan de overvloed van deze genade prijzen? De mens overstijgt zijn natuur: van sterfelijk wordt hij onsterfelijk; van vergankelijk wordt hij onvergankelijk; van voorbijgaand wordt hij eeuwig; van menselijk wordt hij goddelijk’.

Dankbaarheid en vreugde om de onvergelijkelijke waardigheid van de mens spoort ons aan om deze boodschap te delen met iedereen: ‘Wat we hebben gezien en gehoord, verkondigen wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap hebt met ons’ (1 Joh 1, 3) ”.[30]

“(…)Het betekent de verkondiging van de buitengewone betrekking van Jezus met iedere mens, die het mogelijk maakt in ieder menselijk gezicht het gezicht van Christus te herkennen; het betekent de oproep van de ‘oprechte zelfgave’ als opgave en plaats van de volledige verwerkelijking van de eigen vrijheid.”[31]

GEBED

Jezus, begin en voltooiing van de nieuwe mens, bekeer onze harten tot U, zodat we, de dwaalwegen verlatend, in uw voetsporen kunnen gaan op de weg die naar het leven leidt. Geef dat wij, trouw aan de beloften van het Doopsel, ons geloof consequent beleven en voortdurend getuigenis afleggen van uw woord, zodat in het gezin en in de samenleving het levengevende licht van het evangelie mag schijnen.

Jezus, eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid, licht dat ieder mens verlicht, geef aan hen die u met een oprecht hart zoeken de overvloed van uw leven. Aan U, Verlosser van de mens, begin en einde van de tijd en van de kosmos, aan de Vader, onuitputtelijke bron van al het goede, en aan de Heilige Geest, zegel van oneindige liefde, alle eer en glorie voor eeuwig en altijd. Amen[32].

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

Negende Dag

 

Opdat de mens de betekenis van het lijden mag begrijpen.

We bidden dat ieder mens “de betekenis van het lijden mag vinden, echt bovennatuurlijk en tegelijkertijd menselijk” en zijn waardigheid mag vinden in de aanvaarding van het lijden door het te verenigen met het Kruis van Christus.

Het lijden is bovennatuurlijk, omdat het in het goddelijke mysterie van de Verlossing van de wereld geworteld is; maar tegelijk volkomen menselijk, omdat de mens in het lijden zichzelf vindt, zijn menselijkheid, zijn waarheid, zijn zending.[33]

“Geminacht en gemeden werd Hij door de mensen, man van smarten, met ziekte vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, geminacht en niet de moeite waard beschouwd. Waarlijk, het waren onze ziekten die Hij op zich nam, en onze smarten, die Hij heeft gedragen; wij echter beschouwen hem als een geslagene, door God gekastijd en vernederd. Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken; Hij werd gestraft; ons bracht het vrede, en dank zij zijn striemen is er voor ons genezing. Wij waren allen als schapen verloren gelopen, en ieder van ons was eigen wegen gegaan; maar op Hem heeft Jahwe laten neerkomen de schuld van ons allen.” (Jes. 53, 2-6)[34]

In het lijden van Christus heeft het lijden van de mensen zijn toppunt bereikt. Maar dit lijden van Christus is tegelijk in een volkomen nieuwe dimensie en nieuwe orde opgenomen: het is met de liefde verbonden, die liefde waarover Christus met Nikodemus had gesproken, met de liefde die het goede schept, die dit zelfs uit het kwade voortbrengt, en wel door het lijden[35], (…) de man onderhoudt, hem de overtuiging geeft dat hij niet onder de druk van de beproevingen zal bezwijken en dat hij nooit beroofd kan worden van de menselijke waardigheid die met het bewustzijn van de zin van het leven gepaard gaat. Deze zin van het leven openbaart zich tegelijk met de werking van Gods liefde, die de hoogste gave van de heilige Geest is. Omdat de mens in deze liefde deelt, ontdekt hij zichzelf volkomen in de beproeving: hij vindt zijn ‘leven’, dat hij vanwege het lijden verloren meende te hebben.[36] Door Christus en in Christus wordt het raadsel van het lijden en de dood helder belicht.”[37]

GEBED

O Maria, u die de weg van het kruis hebt afgelegd met uw Zoon,

gebroken van verdriet in uw moederlijk hart,

maar altijd het fiat indachtig

en innig vertrouwend dat Degene voor wie niets onmogelijk is

zijn beloften zou vervullen,

bepleit voor ons en voor de mensen van de toekomstige generaties

de genade van overgave in Gods liefde.

Geef dat we, in het aangezicht van lijden,

afwijzing en beproeving, hoe hard en lang ook,

nooit mogen twijfelen aan zijn liefde.

Aan Jezus, uw Zoon, alle eer en glorie voor eeuwig en altijd.

Amen.[38]

Hier bidden we een Onze Vader, een Weesgegroet en een Gloria ….

Aan het einde van dit gebed wordt de Litanie ter ere van de Ecce Homo, of die van de heiligen van de menselijke waardigheid gebeden.

+

LITANIE TER ERE VAN DE ECCE HOMO

Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.

Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons.

God, hemelse Vader, ontferm U over ons.

God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Jezus, vlees geworden en als vernietigd in uw Menswording, ontferm U over ons.

Jezus, met droefheid overstelpt, in doodsstrijd gebracht en in een zee van           bitterheid gedompeld,

Jezus, door een trouweloze leerling verraden en als slaaf verkocht,

Jezus, aan koorden door de straten van Jeruzalem gesleept en overstelpt met           allerlei vervloekingen,

Jezus, onrechtvaardig beschuldigd en veroordeeld,

Jezus, door allen versmaad, in het gezicht gespuwd en met stokken geslagen,

Jezus, die een spotkleed hebt gedragen en als een dwaas zijt behandeld aan het hof van Herodes,

Jezus, gegeseld en badend in uw bloed,

Jezus, uitgeroepen Koning van uw volk,

Jezus, van wiens aanbiddelijk Aangezicht de ogen tranen stortten van bloed,

Jezus, aanbiddelijk Aangezicht, wiens haren en baard werden uitgerukt door           wrede beulen,

Jezus, wiens aanbiddelijk Aangezicht misvormd werd als dat van een melaatse,

Jezus, van wiens aanbiddelijk Aangezicht de onvergelijkelijke schoonheid           misvormd werd door de zonden van de wereld,

Jezus, met scherpe doornen gekroond,

Jezus, bij Barabbas achtergesteld,

Jezus, door Pilatus aan de woede van uw vijanden overgeleverd,

Jezus, gehoorzaam tot de dood, ja tot de dood aan het kruis,

Jezus, die om ons te verlossen, uw eer en uw leven hebt geofferd,

Jezus, man van smarten,

Jezus, met droefheid overstelpt, in doodsstrijd gebracht en in een zee van           bitterheid gedompeld,

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer.

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

V / Hij droeg onze ziekten en leed onze pijnen; Hij was gewond voor onze opstanden,

R / En door zijn wonden werden we genezen. (Jes 53)

+

LITANIE VAN DE HEILIGEN

VAN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID

Heer, ontferm U over ons.

Christus, ontferm U over ons.

Heer, ontferm U over ons.

Christus, aanhoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelse Vader, ontferm U over ons.

God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.

God, Heilige Geest, ontferm U over ons.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.

Heilige Maria, Moeder van het Mensgeworden Woord, bid voor ons.

Heilige Johannes Paulus II,

Heilige Johannes de Deo,

Heilige Vincentius a Paulo,

Heilige Louise de Marillac,

Heilige Giuseppe Benedetto Cottolengo

Heilige Luigi Orione,

Heilige Gianna Beretta Molla,

Heilige Petrus Claver,

Zalige Petrus Donders,

Heilige Titus Brandsma,

Heilige Edith Stein,

Heilige Maximiliaan Maria Kolbe,

Heilige Josephina Bakhita,

Heilige Maria Michaela van het Allerheiligste Sacrament,

Heilige Moeder Teresa van Calcutta,

Heilige Maria Goretti,

Heilige Petrus Nolascus,

Heilige Raymundus van Penyafort,

Zalige Marianus Konopinski,

Zalig Marcellina Darowska,

Heilige Damiaan de Veuster,

Heilige Francisca Cabrini,

Heilige Jozef Moscati,

Heilige Johannes Bosco,

Zalige Nicolas Gross,

Heilige Marcus Ji Tianxiang,

Zalige Pius XII (de twaalfde),

Heilige Paulus VI (de zesde),

Zalige Marcellinus Callo,

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer.

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons.

 Als een echo weergalmen in ons zijn woorden: “Los van Mij kunt gij niets” (Joh. 15, 5). Wij voelen niet enkel de behoefte, maar meer nog de dwingende verplichting tot een breder, vuriger en frequenter gebed van heel de Kerk. Alleen het gebed kan bewerken, dat al deze grote opgaven en de daaruit voortkomende moeilijkheden geen aanleiding geven tot crises, maar dat zij de gelegenheid en een soort basis worden voor steeds verdere vooruitgang op de weg van het Godsvolk naar het beloofde land in deze etappe van de geschiedenis die het einde van het tweede millennium nadert. Als ik dan deze overdenken besluit met een nederige en innige oproep tot het gebed, wens ik daarbij ook, dat men in dit bidden volhardt, samen met Maria, Moeder van Jezus, net zoals de apostelen en volgelingen van de Heer na zijn Hemelvaart volhardden in het Cenakel te Jeruzalem. Ik smeek vooral Maria, de hemelse Moeder van de Kerk, dat zij samen met ons standvastig wil volhouden in dit gebed van de nieuwe Advent voor de mensheid, opdat wij de Kerk zouden uitbouwen, het Mystieke Lichaam van haar Eniggeboren Zoon. Ik hoop, dat wij dank zij dit gebed de heilige Geest die over ons komt, zullen kunnen ontvangen en zo getuigen van Christus worden ‘tot aan het uiteinde van de aarde’, zoals zij die het Cenakel te Jeruzalem verlieten op de dag van Pinksteren.

Heilige Johannes Paulus II, Redemptor Hominis 22.

[1] EV. 78

[2] Gaudium et Spes, 27

[3] EV 3-4

[4] Evangelium Vitae, 105

[5] Brief van Johannes Paulus II aan gezinnen (1994), 19

[6] Veritatis Splendor 49-50.

[7] Gebed van Johannes Paulus II voor het eerste jaar van voorbereiding op het Grote Jubileum van 2000.

[8] Cfr. Gaudium et Spes 26, 2.

[9] Johannes Paulus II, Algemene Audiëntie 4 april 1979

[10] Sollicitudo rei socialis, 47

[11] Cfr. Sollicitudo rei socialis, 49

[12] Cfr, Gaudium et Spes, 27

[13] Laborem exercens, 6

[14] Laborem exercens, 9

[15] Johannes Paulus II, Audiëntie nov.1980

[16] Jubileum van de arbeiders 1 mei 2000

[17] Dives in misericordia, 11

[18] Gaudium et Spes, 29

[19] Evangelium Vitae, 31b

[20] Johannes Paulus II, homilie 1 januari 1979

[21] Dives in misericordia, 5

[22] Dives in misericordia, 12

[23] Veritatis Splendor, 120

[24] Dominum et vivificantem 43

[25] Gaudium et Spes, 17

[26] Boodschap van Zijne Heiligheid Johannes Paulus II bij de viering van de 21e Werelddag van de Vrede,  1 januari 1988

[27] Gebed met de jongeren voor de vrede van Paus Johannes Paulus II, Rome, Zaterdag 30 maart 1985

[28] Gaudium et Spes, 22

[29] Gaudium et Spes 22

[30] Evangelium Vitae 80

[31] Evangelium Vitae 81

[32] Gebed van Johannes Paulus II voor het eerste jaar van voorbereiding op het Grote Jubileum van 2000

[33] Salvifici Doloris 31

[34] Salvifici Doloris 17

[35] Salvifici Doloris, 19

[36] Salvifici Doloris , 23

[37] Salvifici Doloris, 31

[38]   Johannes Paulus II, gebed tijdens de kruisweg, Jubileum 2000

Categorieën: Senza categoria