Voor respect voor de waardigheid van het menselijk lichaam als tempel van God
We bidden voor de erkenning van de waardigheid van het menselijk embryo in elk stadium van zijn ontwikkeling en het opgeven van technieken en programma’s die leiden tot de vernietiging of manipulatie ervan alsook voor het einde van het klonen van mensen. We bidden ook voor de uitroeiing van prostitutie, seksuele uitbuiting van kinderen of elke andere vorm van menselijke vernedering, evenals draagmoederschap of de productie van kunstmatige baarmoeders. En tot slot, dat de genderideologie niet zal worden opgelegd in onze samenlevingen.
“De scheiding van geest en lichaam in de mens heeft geleid tot een groeiende tendens het menselijke lichaam niet te beschouwen vanuit de specifieke gelijkenis met God. Liever beziet men het op basis van zijn overeenkomst met alle andere lichamen die in de natuur aanwezig zijn, lichamen die de mens gebruikt als grondstof in zijn pogingen consumptiegoederen te produceren. Maar iedereen kan onmiddellijk beseffen welk een enorme gevaren er dreigen als zulke criteria worden toegepast op de mens. (…) Deze Neo-Manichaeaanse cultuur heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de menselijke seksualiteit meer beschouwd wordt als een terrein voor manipulatie en exploitatie, dan als de grondslag voor die allereerste verwondering die Adam op de ochtend van de schepping tegenover Eva deed uitroepen: “Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees” (Gen. 2, 23)[1].
De apostel Paulus verklaart ‘hoerenlopers, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars en oplichters’ uitgesloten van het Godsrijk . Deze vervloeking – die door het Concilie van Trente bevestigd werd – somt als ‘doodzonden’ of ‘infame praktijken’ enkele specifieke gedragswijzen op, welker opzettelijke aanname de gelovigen belet om te delen in het eeuwige erfgoed. Inderdaad zijn lichaam en ziel onscheidbaar: in de menselijke persoon, in de opzettelijk handelende en zijn vrij overwogen doen houden zij zich samen staande of gaan samen ten onder.
In werkelijkheid kan men alleen met betrekking tot de menselijke persoon in haar ‘verenigde totaliteit’, dat wil zeggen ‘als ziel die zich uitdrukt in het lichaam en als lichaam dat van een onsterfelijke geest doorleefd wordt’, de specifiek menselijke betekenis van het lichaam begrijpen. De natuurlijke neigingen winnen immers alleen aan zedelijke betekenis, voorzover ze betrekking hebben op de menselijke persoon en haar authentieke verwerkelijking, die van de andere kant altijd en uitsluitend binnen het kader van de menselijke natuur tot stand kan komen. Wanneer de Kerk manipulaties van de lichamelijkheid, die haar menselijke betekenis vervalsen, afwijst, dan dient zij de mens en wijst hem de weg van de ware liefde, de enige waarop hij de ware God kan vinden.[2]
GEBED[3]
Heer Jezus, geef ons een nederig en eenvoudig hart,
zodat we met hernieuwd ontzag
het mysterie van de Menswording kunnen beschouwen,
door wie U, Zoon van de Allerhoogste,
in de schoot van de Maagd, heiligdom van de Geest,
onze Broeder werd.
Begin en vervolmaking van de nieuwe mens,
bekeer onze harten tot U, zodat we, de paden van dwaling verlatend,
in uw voetsporen kunnen treden op de weg die naar het leven leidt…
U die ons als leefregel het nieuwe gebod van de liefde hebt gegeven,
laat ons groeien in onze toewijding aan het leven
en moge de cultuur van de dood verslagen worden.
Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid,
Licht dat ieder mens verlicht, geef aan hen die U zoeken met een oprecht hart
de overvloed van uw leven.
Aan U, Verlosser van de mens, begin en einde van de tijd en van de kosmos,
aan de Vader, de onuitputtelijke bron van al het goede,
en aan de Heilige Geest, zegel van oneindige liefde,
alle eer en alle glorie voor eeuwig en altijd. Amen.
[1] Brief van Johannes Paulus II aan gezinnen (1994), 19
[2] Veritatis Splendor 49-50.
[3] Gebed van Johannes Paulus II voor het eerste jaar van voorbereiding op het Grote Jubileum van 2000.