Voor de bevordering van het algemeen welzijn

We bidden om respect voor het algemeen welzijn dat sociaal welzijn vereist, het noodzakelijke voor een waarachtig menselijk leven: voedsel, kleding, gezondheid, werk, onderwijs en cultuur, correcte informatie, het recht om een gezin te stichten.[1]

“De oproep van Christus om zich open te stellen ‘voor de ander’, voor de ‘broeder’, precies voor zijn broeder, heeft een reikwijdte die steeds concreet en universeel is. De oproep heeft betrekking op iedereen omdat hij iedereen aangaat. De maat van deze openheid is niet alleen – en niet zozeer – de nabijheid van de ander, maar juist zijn noden: ik had honger, ik had dorst, ik was naakt, ik zat in de gevangenis, ik was ziek. Laten we gehoor geven aan deze oproep door te proberen de universele menselijke solidariteit te bewaken en te bewaren door te kijken naar Christus die eens en voor altijd zulke dimensies van solidariteit met de mensheid heeft gevormd: “De liefde van Christus laat ons geen rust” (2Kor 5,14). En Hij heeft het ons eens en voor altijd als opdracht gegeven. Hij heeft de opdracht aan iedereen gegeven. Aan eenieder. “Niemand is zwak of ik ben het ook. Niemand komt ten val of het grijpt me in de ziel.” Dit zijn de woorden van de Heilige Paulus (2 Kor 11, 29).

Als we leven in omstandigheden van welvaart of welzijn, moeten we ons des te meer bewust zijn van de hele “geografie van de honger” op aarde; we moeten onze aandacht des te meer richten op menselijke ellende als een massaverschijnsel: deze solidariteit is de kracht van een authentieke vernieuwing. Het is de onmisbare weg voor de zelfverwerkelijking van de Kerk in de hedendaagse wereld. Het is het bewijs van onze trouw aan Christus die zei: “U hebt altijd de armen bij u” (Joh 12,8), en meer nog: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Onze bekering tot God is alleen mogelijk langs de weg van deze solidariteit”[2]

Overtuigd van de ernst van het huidige moment en van de respectievelijke individuele verantwoordelijkheid, laten we – in onze persoonlijke en familiale levensstijl, in het gebruik van onze goederen, in onze deelname als burgers, in onze medewerking aan economische en politieke beslissingen en in onze acties op nationaal en internationaal niveau – maatregelen in praktijk brengen die geïnspireerd zijn door solidariteit en bevoorrechte liefde voor de armen. Dat vraagt het ogenblik en vooral de waardigheid van de menselijke persoon, onverwoestbaar beeld van God de Schepper, dat in ieder van ons gelijk is.”[3]

 

GEBED

Allerheiligste Maagd Maria, onze Moeder en Koningin, die tot uw Zoon zei: “Zij hebben geen wijn” (Joh 2,3) en die God de Vader prijst, want “De machtigen ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.” (Lc 1, 52-53), zoals de christelijke vroomheid altijd heeft gedaan, leggen wij u de moeilijke persoonlijke situaties voor, opdat u ze aan uw Zoon voorlegt en van Hem verkrijgt dat ze verlicht en veranderd worden. Maar wij leggen u ook de maatschappelijke situaties en de internationale crisis voor met hun zorgwekkende aspecten van nood, werkloosheid, voedselgebrek, verachting van de mensenrechten, wapenwedloop, situaties of gevaren van gedeeltelijke en totale conflicten. Dat alles willen wij op kinderlijke wijze voor uw “barmhartige ogen” leggen, terwijl wij nogmaals met geloof en hoop de oude antifoon herhalen: “Heilige Moeder van God, versmaad onze gebeden niet in onze nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.”[4].

[1] Cfr. Gaudium et Spes 26, 2.

[2] Johannes Paulus II, Algemene Audiëntie 4 april 1979

[3] Sollicitudo rei socialis, 47

[4] Cfr. Sollicitudo rei socialis, 49

Categorieën: Senza categoria